SORA 2.5 · OSO & CSP
OSO Evidence en Comprehensive Safety Portfolio: voorbeeld
Operational Safety Objectives worden niet afgerond door alleen Low, Medium of High te selecteren. Per OSO moet zichtbaar zijn welke eis geldt, waar de procedure staat, welk bewijs de uitvoering ondersteunt en hoe het bewijs wordt beheerd. Het Comprehensive Safety Portfolio maakt die lijn controleerbaar.
Per OSO een bewijsregel opbouwen
Begin met het vereiste robustness level dat uit SAIL en de actuele SORA 2.5-tabellen volgt. Beschrijf daarna niet alleen een maatregel, maar verwijs exact naar een procedure, norm, test, verklaring of register. Gebruik vaste bewijs-ID's zodat wijzigingen traceerbaar blijven.
- OSO-ID en vereiste robustness
- Status: Open, Substantiated of gemotiveerd Not applicable
- OM-paragraaf of procedure-ID
- Evidence-ID, titel, versie, datum en eigenaar
- Open actie en acceptatiecriterium
Voorbeeld van een sterke verwijzing
Zwak: ‘piloten zijn getraind’. Sterker: ‘OM §6.3 beschrijft initiële en recurrente training; EV-TR-004 bevat het geldige competentieoverzicht; REG-02 registreert recency; de Safety Manager controleert dit vóór inzet’. De tweede formulering maakt inhoud, bewijs en verantwoordelijkheid herleidbaar.
Comprehensive Safety Portfolio samenstellen
Maak een index die ConOps, risicoanalyse, Operations Manual, ERP, technische dossiers, crewbewijs, tests, kaarten, registers en verklaringen verbindt. Controleer vóór vrijgave of documentversies, operationele grenzen en bewijsreferenties overeenkomen en of geen OSO alleen door een onbewezen bewering wordt afgedekt.
Veelgestelde vragen
Moet ieder bewijsstuk in één PDF staan?
Nee. Een beheerde CSP-index met stabiele verwijzingen is vaak beter, mits alle bestanden beschikbaar, actueel en eenduidig identificeerbaar zijn.
Mag een OSO op Not applicable worden gezet?
Alleen wanneer de actuele methode dat toestaat en de niet-toepasselijkheid inhoudelijk en herleidbaar is gemotiveerd.
